Het DNA onderzoek

Het Syndroom van Dravet is voor velen al niet te bevatten.
De weinige informatie die er is bevat voornamelijk medische termen, waar leken (wat de meeste ouders van Dravet-kids toch zijn) al snel niks van snappen. Maar, het kan nog erger, wacht maar tot je een afspraak hebt met een arts van de afdeling Medische Genetica naar aanleiding van een DNA onderzoek bij je kind. Dan krijg je pas echt informatie te horen waar je geen touwtjes aan vast kunt knopen.

Gelukkig troffen wij het, toen wij op 25 januari 2005 een afspraak hadden in het Wihelmina Kinderziekenhuis (WKZ) in Utrecht. Dokter Brilstra bleek een geduldig persoon die alle tijd nam onze vragen te beantwoorden en ze was daarnaast nog in staat het op een duidelijke en begrijpelijke manier uit te leggen.

Tot dit gesprek hadden we alleen gehoord dat er bij Jake een afwijking in het DNA was, waardoor bevestigd werd, dat hij het Syndroom van Dravet heeft. Deze uitslag kregen we uiteindelijk anderhalf jaar, nadat het bloed van Jake was afgenomen en opgestuurd. Er was eerst sprake van dat de het onderzoek misschien in Leuven (België) uitgevoerd zou worden, maar dokter Augenstijn wilde het liever in Utrecht laten plaats vinden. In het WKZ kunnen ze sinds een tijd ook de benodigde DNA test uitvoeren, iets wat lang niet overal kan.

Alvorens op Jake’s situatie in te gaan, volgt er nu achtergrond informatie over DNA en wat de gevolgen zijn van afwijkingen in een gen.

Een begrippenlijst met de meest gebruikte begrippen staat hier:

klik hier om naar deze pagina te gaan!
DNA en andere begrippen


Tevens staat er onderaan bij de begrippenlijst een schema van "DNA tot Eiwit".



De volgende tekst is mede tot stand gekomen door:

klik hier om naar deze pagina te gaan!
http://www.mijngenen.be/


Heel kort gezegd is een gen is een groot deel van het DNA. Het is de code voor een specifiek eiwit dat belangrijk is voor je lichaam.


We kunnen ons lichaam vergelijken met een huis. Dat huis bestaat uit verscheidene kamers: woonkamer, eetkamer, keuken, slaapkamers... De kamers van het huis zijn zoals de cellen van ons lichaam, ze hebben verschillende functies en dienen voor heel diverse doelen. We moeten ons voorstellen dat er in elk van deze kamers een bibliotheek is. Deze bibliotheek wordt in onze cellen gevormd door de kern. Eigenaardig genoeg, zit er in elk van die bibliotheken een exacte kopie van alle bouwplannen van het hele gebouw. Al onze celkernen bevatten alle plannen voor ons lichaam. Die plannen zijn gemaakt van DNA (DNA staat voor het Engelse ‘desoxyribonucleic acid’, of in het Nederlands desoxyribonucleïnezuur).
In alle bibliotheken in de kamers van ons ‘lichaamshuis’ zijn de plannen over verschillende boekdelen verspreid. Die boekdelen zijn de chromosomen. Hun aantal varieert van soort tot soort. Bij de muis zijn er dat 40; bij de mens 46. In feite zitten in elke celkern van ons lichaam 2 reeksen van 23 chromosomen; de ene reeks is afkomstig van de eicel van moeder, de andere van de zaadcel van vader. Elk van die 46 boekdelen bevat instructies, geschreven in dat alfabet van vier letters. Zo’n instructie noemen wetenschappers een gen. De opeenvolgende letters vormen de code voor een eiwit. Een gen is dus een stukje DNA dat de nodige instructies bevat om een bepaald eiwit te produceren.


Het DNA, de werkplannen die we in elke cel van het lichaam terugvinden, bevat de code die nodig is om eiwitten aan te maken. Samen met water vormen de eiwitten het belangrijkste bestanddeel van de cellen in ons lichaam.

De eiwitten fungeren ofwel als bouwmateriaal ofwel als arbeider. Sommige eiwitten oefenen dus een beroep uit, een duidelijk omschreven functie.

Eiwittenmoleculen lijken op parelsnoeren die opgebouwd zijn uit 20 verschillend gekleurde parels. Die parels noemen wetenschappers aminozuren. De volgorde van de parels bepaalt de functie van het eiwit. De vraag blijft, hoe controleren de bouwplannen (het DNA) de aanmaak van de eiwitten?

De bouwplannen van een levend wezen, die we in de kern van elke cel terugvinden, vormen het genoom ofwel het genetische materiaal van het organisme. Deze plannen zijn gecodeerd in het vierletter alfabet van het DNA. De opeenvolging van de basen (A, T, C, G) vormt de code. Gelet op het aantal basen die elkaar zo opvolgen, is het absoluut onwaarschijnlijk dat twee mensen dezelfde code hebben, met uitzondering van eeneiige tweelingen. Omdat die opeenvolging van basen uniek is voor elk individu, spreekt men soms van een unieke genetische identiteitskaart.

Ons lichaam en ons leven worden niet alleen door genen gedirigeerd. Ons lichaam is als een symfonie waarbij genen en omgevingsfactoren samen in het orkest spelen.

Elke cel heeft ‘decoders’. Die kunnen de code ontcijferen. Ze lezen en ontcijferen de instructies in het DNA. De decoders lezen het DNA in groepjes van telkens drie letters. Elke combinatie van drie letters (drie basen) komt overeen met één gekleurde parel, een aminozuur. Door zo de 39 instructies per groepje van drie letters te lezen, stellen de decoders een snoer van aminozuren samen. Aan het einde van elk gen is het snoer compleet en is het eiwit gevormd.

Een groep opeenvolgende basen in het DNA, die coderen voor een eiwit, noemt men een gen.

Eén enkele schrijffout in de code van een gen en er wordt een verkeerd aminozuur ingebouwd in een eiwit. Mogelijk kan het eiwit hierdoor zijn functie niet naar behoren uitvoeren.


Terug naar Jake kunnen we nu concluderen, dat Jake een probleem heeft in de code van een gen. M.a.w. het eiwit dat geproduceerd zou moeten worden, komt er niet, of in een verkeerde samenstelling. Het betreffende eiwit heeft een functie in een natriumkanaal, o.a. in de hersenen. Deze kanaaltjes zijn betrokken bij het aan en uit zetten van hersenen.

Het gen, waar de afwijking inzit is het SCN1A gen, vandaar dat er bij Dravet kinderen naast de term DNA onderzoek ook wel SCN1A onderzoek wordt gebruikt. Er vindt nl. alleen een onderzoek plaats m.b.t. dit specifieke gen.

Op zich kunnen er verschillende soorten mutaties voorkomen:
Truncating mutations: één (of meerdere) “bouwsteentje” van de code ontbreekt, waardoor de achterliggende “bouwsteentjes” naar voren opschuiven en er vanaf dat punt dus verkeerde informatie is over de vorming van het eiwit.

Missense mutation: één “bouwsteentje bevat verkeerde informatie en alleen op die plek wordt dus verkeerde informatie doorgegeven.

Bij Jake is het zo, dat er sprake is van een Truncating Mutation, maar dan wel weer een aparte vorm. Van de 26 bouwsteentjes in gen SCN1A mist Jake alles na het 17e steentje! Iets wat tot op heden nog niet eerder geconstateerd was door de genetische specialisten in Utrecht.

Het gevolg hiervan is dat bij Jake het te vormen eiwit waarschijnlijk helemaal niet gevormd wordt.

Status nu (begin 2005) is dat het bloed van Anneloes en Marcel ook onderzocht wordt om te kijken of ook hier een afwijking in het betreffende gen te vinden is. Verwachting is, dat dit niet zo zal zijn, en dan is er sprake van een “De Novo” mutatie, een spontaan opgetreden mutatie. Het zal zo'n 6 maanden duren, voordat we een uitslag hebben!



© Copyright 2004 - 2010. All rights reserved.